De Eilander-God

Bovenop het duin staat een eenzaam figuur. Hij kijkt uit over de zee, over de golven die met toenemende kracht op het strand kapotslaan. In de verte ziet hij zeehonden lui en tevreden chillen op een zandbank. Zeemeeuwen schreeuwen in de lucht met een kabaal dat geen menslievend dier zou durven te maken. Een natuurlijk orkest van echt leven. Het eenzame figuur op het duin neemt alles in zich op. De wind waait hard, harder dan normaal. ”U komt langs” fluistert dit figuur in het niets.

Er verschijnt buiten zijn wil op een grijns op zijn gezicht. Voor iemand die niet weet wat hij weet, zou dit enorm verontrustend zijn.

De Priester, want dat is hij, ziet alle kleuren van het eiland voorbijkomen. Avondrood neemt langzaam de blauwe lucht over. Het gele helmgras kietelt zijn hand, terwijl hij op malse groene mos staat. Naarmate de wind harder wordt komt er steeds meer witte zout vannuit die heerlijke zee over de Priester heen.  Een reiniging? Een doop? Een zegen? Dat alles en meer.  De Priester voelt zich weer verbonden met het hele eiland, zijn Tempel.

De wind loeit harder, een gehuil raast over het hele eiland. Het is het soort avond geworden waar oude verhalen zouden worden verteld.

Boven op dit duin, heeft de Priester geen enkele beschutting, behalve die mysterieuze grijns die hij zelf niet snapt. Deze grijns lijkt hem de kracht te geven om op zijn plek te blijven.  Zijn haar, geklonterd met het zout slaat hem als een zweep in zijn gezicht, hij moet vechten om niet naar achteren te slaan, maar dit is een gevecht dat hij vaker voert. Of beter gezegd, een spelletje die hij vaker speelt.

”Geef mij uw naam!” Schreeuwt de priester tegen de storm. De storm antwoord, maar niet in een taal die een mens kan verstaan.

”Ik eer u, ik dien u, maar ik zal niet zomaar wijken” de Priester daagt de storm uit, en de storm speelt mee. Rukwinden komen op, de Priester moet zijn hele gewicht in de strijd gooien, maar zelfs dan schuifelt hij.

 

Hoe lang deze dans duurt weet niemand, maar te zijner tijd gaat de wind weer liggen. De priester doet nog een buiging, en draait zich weer om. Hij keert terug naar het dorpse leven, van al die mensen die niet weten dat ze in zijn Tempel wonen. Nog één keer draait de Priester zich weer om. ”Ik weet niet of u Wodan bent, of Donar. Njord, Nerthus of Nehalennia. Misschien bent u dezelfde als de legendarische prinses? Of misschien heeft u geen naam die ik ooit zou hebben gehoord. Maar ooit ontdek is wie u bent, en hoe ik u dien te benoemen!” Een diepe zucht, de Priester kijkt bedachtzaam. ”Maar alles op zijn tijd” mompelt hij nog.

 

Dat het hier een Tempel is, weet hij.

Dat hij een Priester is, heeft hij wel moeten aanvaarden.

Maar aan wie die tempel gewijd is, misschien zal hij daar nooit achter komen.

 

 

 

Advertenties

4 gedachtes over “De Eilander-God

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s