Het Poly van Polytheïsme.

Op een stille lenteavond, zittend aan de rand van een meer, verbaasde ik mij tegenover een vriend over de machten van het universum. Over hun kracht en onkenbaarheid. 

”Hoe bedoel je onkenbaar? Ik ken er meerdere persoonlijk” was zijn antwoord. 

”we noemen hen Goden, en er zijn er velen. Het is vaak moeilijk om te bepalen waar de ene God ophoudt, en de andere begint.” 

Ik besloot maar niet om verduidelijking te vragen, maar ik vroeg of hij een aantal Goden kon opnoemen. 

”De Woedende wordt meer vertrouwt dan wijs is, geen enkele deugd of waarheid is heilig voor hem, zijn macht en wijsheid zijn groot, maar hij verraadt net zo lief als dat hij zegent. Door hem gekend worden is een zegenvolle vloek, of een vervloekte zegen. 

De Donderaar daarentegen heeft in al zijn wijsheid zelden behoefte aan list of bedrog. Met zijn verbrijzelende hamer weet hij de meeste problemen snel op te lossen. Zijn strijd beschermt de wereld van de mensen. Van hem zal je direct weten of je een vriend of een vijand bent.” 

”Dan zijn er ook nog de Heer en de Dame, broeder en zuster, geliefden, en twee helften van één geheel. Ieder kan als individu gekend worden, maar slechts gezamenlijk bestaan ze in hun volle glorie. Ze zijn machtig op het strijdveld, maar hun ware macht ligt in het feit dat ze de strijd geen waarde toekennen.” 

 

Ik onderbreek mijn vriend. ”Ik hoor anderen spreken over één God, die de naam God draagt” 

Mijn vriend grijnst. ”Hij luistert liever naar de naam Tiwaz. Ja ooit heerste hij boven alle andere Goden, zijn naam wordt gelijkgesteld met het edele ras der Goden. Maar dat was voordat hij zijn eed brak om zijn vriend, de alvretende wolf, Veenhaar, op te sluiten. Hij brak deze eed om de vernietiging van het alles uit te stellen. Dit kostte hem zijn zwaardhand en daarmee veel van zijn macht en respect. Hij draagt deze vergelding met eer, en helpt eedbrekers hun last te verlichten door hun te straffen, noodzakelijk om schade aan anderen en hunzelf te verwerken. Daarom is Tiwaz de beschermer van het strafrecht.  

”Was het Tiwaz die ons ooit het wetboek gaf?” 

”Nee, dat deden de mensen zelf. Ze kwamen bij elkaar en deelden hun wijsheid. Maar daarbij werden ze geholpen door de Voorzitter, die nog steeds aanwezig is bij elk belangrijk overleg. Wanneer men naar hem luistert, zal iedereen tevreden mogen zijn met elke uitkomst.” 

Het begon mij te duizelen. 

”Het zijn er zo veel, hoe kan ik hen nu ooit allemaal kennen? Hoe kan ik spreken met deze machten?” 

Mijn vriend begon te fronzen. ”Je stelt de verkeerde vragen. Veel Goden ken je zonder het te weten. Om ze beter te leren kennen zal je moeten te beginnen met betere vragen verzinnen. 

Elke relatie tussen een Godheid en een mens kan weer anders zijn. Sommigen kennen de Donderaar door te beschermen, of spreken in hun liefdesspel met de Heer en de Dame, weer anderen offeren en doen rituelen. Elke Godheid bepaalt zelf wel of ze willen luisteren of niet.  Er is geen antwoord mogelijk op de vragen die je stelt.  

Maar hoewel je nog steeds de verkeerde vragen stelt, ken je meer antwoorden dan je denkt. Voorlopig hebben we wel genoeg gesproken, ga nu maar weer naar huis. Je weet mij te vinden.” 

 

En zo opende ik mijn ogen. Het guste nog in mijn hoofd terwijl de geluiden van het bos binnen begonnen te komen. Ik dankte mijn Mijmerende vriend, en begon te verwerken. 

Advertenties

De Vrouwe der Verborgenen

Het is een ergelijke spiraal. Ik krijg geen lezers aangetrokken tot deze blog, laat staan feedback van mensen over welke aspecten van mijn schrijfsels wel of niet leeswaardig bleken. Dit haalt mijn motivatie omlaag waardoor ik minder schrijf, zowel qua hoeveelheid als qua kwaliteit. Daarmee krijg je natuurlijk ook geen lezers erbij.

Maarja, ik koos er bewust voor om in het Nederlands te bloggen, en dat is nou eenmaal een erg beperkte doelgroep. Maar nu ik mij meer en meer bewust ben van het feit dat mijn mijmeringen verborgen zijn in de nevelen der Internet, is dit een mooi moment om eens over de Vrouwe der Verborgenen te mijmeren.

 

Ik bedoel daarmee de Godin die in de Edda’s bekend staat als Hell.

Laat ik beginnen met wat er in de Edda’s staan, dit is voor vele Heidenen en geïnteresseerden toch de eerste introductie, en daarmee een logisch beginpunt.

Volgens de Edda’s is Hell de dochter van Loki en zijn vrouw, de minder bekende Angrboða. Ze heeft twee volle broers, de allesverslindende wolf Veenhaar, en de wereldslang die op zijn staart bijt en zo de gehele wereld omcirkelt.

De wereldslang werdt in de zee geworpen, en zal nog driemaal benoemdt worden, opvallend genoeg alle drie in connectatie met Donar, maar dat is een ander verhaal.

Veenhaar wordt opgesloten met behulp van ketenen gemaakt door Dwergen en een eedbreuk gemaakt door Tiwaz.

Hell verdwijnt naar het dodenrijk, het is lastig te zeggen in welke context dit gebeurde. Was dit een straf, een beloning of een gevangenis? Hoe het ook zij, Hell regeert over een dodenrijk welke haar naam draagt. Hellheim en Niflheim (hell-rijk en nevel-rijk) worden bij naam genoemd, net als Nastrond (lijken-strand). Ikzelf ben er altijd van uit gegaan dat het uiteindelijk gaat om Hellheim met ”gebieden” daarbinnen.

 

Hell wordt verder maar zelden genoemdt. Na de dood van Balder wordt gezien dat zij een welkomstfeest voor de Godheid voorbereidt. Ze weigert Balder terug te laten keren naar het rijk der levende Goden tenzij ieder levend wezen om hem rouwt. Wanneer een bepaalde Jotun (wellicht Loki in vermomming) dit weigert, blijft Balder dood. Intressant genoeg lijkt het erop dat doordat Baldur in het rijk van Hell verblijft, hij als één van de weinigen Ragnarok overleeft. Hell zelf lijkt de kant van haar vader te kiezen tijdens Ragnarok, maar veel over de waaroms en dergelijke wordt niet verteld.

Tot dusver de Edda’s, ik wil graag verduidelijken dat ik de meerwaarde van de Edda’s als bron als zeer beperkt beschouw. Dus nu door naar (naar mijn objectief juiste mening) intressantere zaken.

Allereest het leuke spelletje: Wat betekend die naam?

Het is leuk om te noemen, dat deze vrouwe niet vernoemdt is naar het Christenlijke concept van een goddeloze onderwereld, maar juist andersom! Jazeker, de oorspronkelijke Bijbelteksten bevatten nergens het woord ”Hell”, alleen Sheol en Hades. Hades komt uit het Hellenistisch wereldbeeld (welke invloedrijk was in het middenoosten) en Sheol betekend letterlijk ”het graf”. Latere Europeese vertalingen voegden dit samen onder de noemer Hell en maakten zo het beeld van het vurige duivelsrijk dat we nu kennen en ontkennen.

Maar dat is dus wat Hell niet betekend, maar wat betekend het dan dus wel?

Het leuke is dat via Wiktionary ik grofweg twee oorsprong-betekenissen kan vinden. Verborgen (denk verhullen) en licht (denk helder). Ik kan niet nagaan of dit klopt met hoe er historisch gevoeld werdt bij de termen, aangezien de oudst bekende bronnen de vrouwe en de onderwereld al verbonden hadden, maar ik vind het persoonlijk wel passen.

Hell wordt namelijk beschreven als voor de helft, een mooie vrouw, en voor de helft als rottend lijk. Schijnbare tegenstellingen lijken mij dus niet onvoorstelbaar in deze.

Er zijn academici die haar verbinden met Hulde en Vrouw Holle, over hoe dit precies zit wil ik het later nog wel eens hebben. Deze figuren zijn namelijk ook op zichzelf intressant en een blogje waardig.

Ik benoem liever de volgende moderne interpetatie: Hell is de beschermster van de verborgenen. Daarmee kan je denken aan de overledenen, wiens bestaan en nieuwe vorm van leven voor ons in nevelen gehuld is, maar volgens enkele moderne volgelingen ook aan mensen die zich onzichtbaar weten.

Denk aan mensen met zichtbare handicaps of opvallende littekens of dergelijke. Wanneer deze gezien worden zal dat wat hun anders maakt altijd het meeste in zicht zijn en het meest onthouden worden, waardoor de rest van wie ze zijn verstopt wordt. Vooral diegenen die zich daardoor liever aan het zicht onttrekken zouden volgens deze interpretatie bij Hell een welkom rustpunt kunnen vinden.

Maar ook mensen die de samenleving naar het schijnt liever niet ziet vallen onder haar bescherming. Veel mensen die Neurodivers zijn (Autisten, schizofrenen, Bipolaire mensen enz enz) moeten grote delen van wie zij zijn vrijwel permanent onderdrukken om mee te mogen doen in de samenleving. En nog veel meer mogen genieten van het feit dat het overgrote deel van de bevolking graag en efficiënt doet alsof deze mensen en hun problemen niet bestaan. Ook deze mensen zouden begrip en verademing kunnen vinden bij Hell, waar ook hun duistere kanten niet genegeerd of opgehemeld worden, maar erkent als deel van het geheel.

Dit is een Godin die ik graag persoonlijk beter zou willen leren kennen, maar vooralsnog blijft ze in nevelen gehuld voor mij, wellicht zal dat altijd zo blijven. Maar het is goed om te weten dat ergens in het diepste duister, er iemand waakzaam is.

 

 

 

 

 

Tiwaz

Namen en hun betekenis

Tyr wordt in verschillende contexten gebruikt om ”god van” te betekenen. Zoals deze (bij)namen van Wodan:  Farmatýr (God van zware lasten), Fimbultýr (machtige God) en Hangatýr, God van de opgehangenen.

Academici verbinden de naam Tyr met Twisto in Brittanië, en extrapoleren de naam Tiwaz voor de Proto-Indo-Europeanen. Deze naam kan weer verbonden worden met zowel Zeus als oude termen voor ”God”. Er wordt van uit gegaan dat het om een oude hemelgod gaat, als tegenhanger van een ”gaia” figuur. (Ertha)

Historische informatie

Edda’s

In de Edda’s staat het volgende verhaal beschreven. Loki heeft met zijn vrouw drie kinderen. Hell, de wereldslang en Veenhaar. Hell krijgt heerschappij over het grote rijk der doden (over haar later meer). De wereldslang wordt in de zee geworpen. Hij is zo groot dat hij zijn eigen staart bijt, en daarmee de omranding van de wereld vormt.

Dan rest alleen nog Veenhaar. De Goden vrezen zijn enorme voormaat en kracht. Er wordt geschreven dat wanneer hij zijn muil openspert, zijn onderkaak over de bodem van de zee schraapt, en zijn bovenkaak het hemelplafon zelf raakt. Tiwaz is de enige die hem durft te voeren, en de twee vormen een vriendschap. Het wordt aan de Goden voorspelt dat Veenhaar ooit een grote rol zou spelen bij het einde van de wereld. De Goden verzinnen een spel. Om de kracht van Veenhaar te testen binden ze hem vast, waarnaa Veenhaar met al zijn kracht moet proberen vrij te komen. De vrees van de Goden wordt bevestigt wanneer dit hem telkens lukt. Uiteindelijk laten de Goden de Dwergen een magisch keten maken, van materialen als de baard van een vrouw, de adem van een vis en het spuug van een vogel. Deze keten nam de vorm van een onschuldig lint.

Veenhaar vertrouwde deze versie van het leuke spelletje niet. De Goden beloften hem los te maken als hij zichzelf niet vrij kon breken, Veenhaar eiste dat één van hun zijn zwaardhand in zijn muil zou steken, als borg. Alleen Tiwaz was bereidt dit te doen. Veenhaar kwam niet vrij, en Tiwaz verloor zijn zwaardhand, en daarmee veel van zijn waarde in het gevecht.

Tijdens de Godenschemer, zou Tiwaz sterven door de beet van een andere hellehond. Zonder zwaardhand maakt hij geen kans in het gevecht.\

Verder wordt Tiwaz in saga’s een enkele maal ook aangeroepen door een strijder die het zwaard trekt, in de hoop zijn gunst uit te nodigen.

Tacitus

De Romein Tacitus schrijft in zijn ”germania” het één en ander over Tuisto. Het wordt algemeen aangenomen (met goede redenen) dat het hier om dezelfde Godheid gaat als Tyr.

Volgens Tacitus zongen de Germanen liederen waarin beschreven wordt dat Tuisto uit de aarde is onstaan. Ook zou Tuisto een zoon hebben gehad met de naam Mannuns, wiens zonen de eersten zouden zijn van de verscheidende Germaanse stammen.

Het opvallende aan dit verhaal is dat hier Tuisto als voorvader van de Germanen wordt beschreven, maar elders zegt Tacitus dat Mercurius (hoogstwaarschijnlijk Wodan) als voornaamste en hoogste wordt beschouwt. Meegenomen dat Tacitus een ontzettend groot en gedecentraliseerd volk uit tweede en derde hand tracht te beschrijven, kan dit gezien worden als onderbouwing voor de these dat Tuisto gedurende een periode van eeuwen veel van zijn positie en attributen aan Wodan verloor.

Mars Thingus

Verschillende inscripties bij Dingplaatsen spreken over Mars Thingus, waarschijnlijk een naam voor Tiwaz. Hij werdt gezien als de beschermer van het dingrecht. Een gelijkschakeling met de Romeinse god Mars past goed binnen de Interpretatio Romana. Mars was naar het schijnt ooit meer een vruchtbaarheidsgod, maar is later een duidelijke oorlogsgod geworden. Er valt met een beetje goede wil een parralel te trekken met Tiwaz die van primaire hemelgod verviel tot een secundaire oorlogsgod.

 

 

 

 

Moderne ideeën waar ikzelf wat mee kan

Ik ben tegengekomen dat sommigen Tiwaz als een voorbeeld van mannelijkheid zien. Met als specifieke les dan eervol zijn, lang niet altijd makkelijk, leuk of mooi is. Vaak genoeg is het smerig en zelfs vernederend. Een belangrijke les.

Samen met Donar is Tiwaz ook een geliefd patroon van soldaten en politie. Idealiter gewapende beschermers van de vrede en veiligheid.

Hiermee kan Tiwaz gezien worden als een archetype soldaat (Zij hebben een taak, het uitoefenen kan daarbij horen, maar moet altijd in dienst staan van een hoger iets) tegenover het prototype krijger (Geweld is een doel an sich)

 

 

 

Samenvatting persoonlijke visie

Meestal maak ik voor mijn persoonlijke visie van een Godheid dankbaar gebruik van de betekenis en achtergrond van de aan ons bekende namen. Immers, weten wat men dacht terwijl zij een Godheid benoemden geeft een bijzonder zinvol inzicht in hoe zij de Godheid zelf beschouwden. Dat gaat bij Tiwaz niet goed op. Zijn naam roept terug op een hemelgod, die in samengang met een aardegodin een oer-dualiteit aangaat. Een intressant beeld, maar niet één die ik bij Tiwaz echt herken.

Ik krijg zelf een andere persoonlijkheid mee. Vergeving was niet een breed gedeelde waarde onder Germanen. Vergelding werdt gezien als noodzakelijk om de boel weer gelijk te maken, en de opgelopen schade te neutraliseren. Volgens mij heeft Tiwaz vooral hiermee te maken. Bij de volksvergaderingen (het Ding) werden er zware eden gezworen, welke door Tiwaz in de gaten werden gehouden. Het lijkt mij logisch dat hij eedbrekers zou ”straffen”. Maar ik schat in dat ”de ruimte en kans bieden om het noodzakelijk gevolg van de daad oprecht en geheel te ervaren en verwerken” beter past, dit baseer ik puur op mijn eigen beeld van Germaans heidense ethiek.

De sage waarin Tiwaz Veenhaar verraadt past hierbij. Tiwaz weet dat Veenhaar te gevaarlijk is om los te blijven. Het plegen van veraad en het breken van eden is de Goden niet vreemd, maar volgens mij is dit verhaal vooral bijzonder omdat Tiwaz het voor hem schadelijke gevolg ziet komen, en zondermeer ondergaat.

Het breken van een eed is schadelijk, maar soms is de schade van eedbreuk een betere optie dan het alternatief.

Meer ”estherisch” gezien zie ik ook wijsheid om Veenhaar te beschouwen als de onvermijdelijke chaos. Elke samenhang, elke vorm, elk concept, is tijdelijk. Zoals zelfs het best gebouwde monument ooit weer terug zal keren tot haar grondstoffen, zo zal elk mens verteren, en elke beschaving wegvagen. Tiwaz, in zijn rol als beschermer van de primaire ethiek, die van recht, eed, bescherming en vergelding, houd deze chaos tijdelijk weg. Maar door het onderdrukken van deze chaos, verliest offert hij (wellicht zelfs te) veel. Elke moderne staat eist een monopolie op geweld, maar zelfs de best geschreven wetten en regels zijn ergens arbitrair.

Een andere interessante dynamiek vind ik de overgang van Tiwaz naar Wodan. Wodan is volgens mij een ”extremist” in de kern, volledig toegewijd aan zijn doel, ongeacht gevolgen of eerzaamheid. De teneergang van Tiwaz kan geïnterpreteerd worden als een soort verval van principes en ethiek die als essentieel werden beschouwt. Ze bleven belangrijk maar vormden niet meer de kern. Wellicht een vertegenwoordiging van de pragmatisering, romanisering en modernisering van de Germaanse wereld?

Linken

http://www.negenwerelden.nl/2008/03/twee-strijdgenoten/

https://norse-mythology.org/gods-and-creatures/the-aesir-gods-and-goddesses/tyr/

Waarom ik Goudroes als Freya beschouw

Wodan had met behulp van de Mijmeraar net inzicht gekregen, inzicht waardoor hij begreep dat de machten van de natuurlijke chaos, de Jotun, ooit de orde en beschaving die de Azen hadden geschapen zullen vernietigen. Op basis van dit inzicht besloten de Azen om met behulp van listen een pallisade om hun rijk te bouwen. Wodan begreep dat ook deze pallisade ooit zou vallen, maar tot dan zou deze de orde van het Binnen beschermen tegen de chaos van het Buiten.

De Wanen, een volk van ongebonden en passievolle Goden, zag deze muur echter als een aanval. Het bestaan van een dergelijke muur belemmert hun in hun vrijheid, zaken als terrotiaal bezit of een conflict tussen orde en chaos kenden deze Goden niet. Maar ondanks hun verschil in aard van de Azen, waren de Wanen niet angstig of haatdragend. De schoonste en wellicht de machtigste onder hun begaf zich naar de Azen, om te praten.

Deze vrouwe staat bekend als Gullveig, Goud-drank of, poetischer, Goudroes.

De azen waren meer dan bereidt haar te woord te staan, iedereen genoot namenlijk van haar aanwezigheid. Goudroes enorm wijs, machtig en beeldschoon. Bovendien had zij een uitstraling die het beste in haar omgeving naar boven bracht. In haar buurt zijn betekende dat de bloemen geurrijker waren, de wind liefkoezender was en elke glimlach spontaner en oprechter verscheen. Maar wanneer zij elders was, dan zag de wereld er ineens grauw en onplezierig uit. De Azen werden al snel jaloers op elkaar wanneer Goudroes haar aandacht aan een ander durfde te besteden. Twistziek en bezitterig werden deze als wijs beschouwde Goden.

De schuld werd bij Goudroes geplaatst. Men wist van haar kennis over magie en besloot dat zij dit effect bewust en met kwade intenties had. Driemaal werd Goudroes verbrandt, en driemaal werd zij kwaad. Zo begon de eerste oorlog tussen Aas en Waan.

 

Goudroes word verder niet meer bij naam benoemt in de mythologie. Maar ikzelf (en verscheidende anderen met mij) geloven dat Goudroes slechts een naam is voor Freya, De Vrouwe.

Freya is van oorsprong een Waan. Zij is het epitoom van Vrouw. Ik zal de eerste en laatste man niet zijn die wel eens gezond verstand verloor in de nabijheid van een (op dat moment) begeerlijke vrouw. Jaloezie, onredelijkheid, misplaatste verontwaardging, het zijn allemaal bekende symptomen. Ik ken dit effect voornamelijk van heksen, en Freya is een geliefd patroon onder heksen, met goede reden.

Verder is Freya ontegenzeggelijk bekwaam in magie. Het is zij die de diepe geheimen van Seidhr aan Wodan leerde, haar mantel geeft gedaanteverwisseling krachten, en ze is met recht geassocieerd met heksenrij.

Verder vind ik nog een aspect intressant hieraan. Volgens mijn lezing word de oorlog dus begonnen door de drang van Azen om Freya te bezitten. When all is said and done, neemt Freya plaats als naaste van Wodan. Wodan was waarschijnlijk het meest geobsedeerd (Ik zie Wodan als de Woedende, de Razende, en vooral als de Obsesieve, daarover later meer) door zijn begeerte. En hij is een gluiperige Godheid die langs vele omwegen zijn doelen weet te bereiken, Freya is de ”zijne” zoveel als zij ooit van iemand kan zijn.

Maar toch, haar famillieleden krijgen prominente en gerespecteerde plaatsen bij de Azen, zij zelf ontvangt de helft van de gekozen gevallen krijgers, haar band met Wodan stoort haar niet het minste in het vinden van ander genot, en ik ken Freya niet als een Vrouwe die haar de les laat lezen. In hoeverre heeft Wodan zijn bezitsdrang vervuld, en in hoeverre heeft die bezitsdrang hem in bezit genomen?

Hoe het ook zij, Freya is een bijzondere Godin, één die met een grijns die frustering en begeerte opwekt elke poging tot definitie naast haar neer legt. En indien het haar bevalt, elke behoefte aan duidelijkheid en consistentie kan wegvagen door haar armen voor je te openen.

 

 

 

 

 

 

Jotun

We leven in een samenleving die aanmoedigt tot abolutistisch en vooral op binair denken. Het is zwart of wit, ons of hun, vriend of vijand. Dit is een manier van denken die naar mijn mening onrecht doet aan de complexiteit en gelaagdheid van de realiteit. Helaas zie ik veel hiervan ook onbewust doorslippen in het Heidendom zoals dat vandaag bestaat. De Azen en/of de Wanen zijn de goeierikken en de Jotun zijn de boeven. Veel hiervan kan tot op zekere hoogte worden ondersteund door de Edda’s, die eeuwen na de bekering van de laatste tak van het Germaans Heidendom geschreven zijn als poezïe. De natuur is niet binair, waarom zouden de Goden dat wel zijn? Daarom doe ik hier een poging iets meer te leren over de Jotun.

Wie zijn de Jotun?

Jotun zijn wezens uit de Edda’s en daarmee een groot onderdeel van de moderne heropleving van het Germaans Heidendom. Het woord wordt vaak vertaald als ”Reuzen”, maar anders dan die term impliceert zijn de Jotun niet gedefineerd als zijnde enorm groot. Veel ervan zijn gedaantewisselaars die hun formaat kunnen aanpassen naar hun believen. Ze worden in de Mythes vaak gepresenteerd als een stam entiteiten die op gelijke voet van bestaan zijn als de Goden van de Azen en de Wanen. En dienen meestal als vijanden.

Het woord Jotun lijkt af te stammen van termen die zoveel als verslinden of vraatzucht betekenen. Andere termen die vaak enigszins inwisselbaar worden gebruikt zijn Thursen en Ettin. Thurs lijkt verwant te zijn aan ”’dorst”, eventueel is er een link te leggen met ”bloeddorstig”, of met de vraatzucht die je met Jotun kan zien. Ettin (Oud-Engels) kan je ook verbinden met ”Eten”.  Op basis van die etnologie zou je dus kunnen denken aan een verslindende macht ten opzichte van de Azen die bouwen en de Wanen die laten groeien. Dit komt overeen met een brede UPG die ik lang had. Vooral voor Fenhir, die je als verpersoonlijking van Entropie kan zien. Alles vervalt uiteindelijk in chaos, de Azen en Wanen houden dat verval tegen, maar de Jotun  verspoedigen heb.

De aan ons bekende vorm van een Trol is volgens veel historici een latere versie van hetzelfde soort entiteit.

 

De Jotun als geheel worden vaak gezien als groot, dom, kinderlijk en lelijk. Maar de meeste Jotun die enigszins diepgang krijgen in de verhalen zijn enorm anders. Beter beschreven Jotun zijn vaak juist erg wijs en listig.

specifieke Jotun en hun rol

  • Mijmeraar. Tot niemands twijfel mijn persoonlijke favoriet. In hoeverre hij een Jotun is word, zoals te verwachten was, niet duidelijk afgebakend beschreven. Er wordt breed aangenomen dat hij de broer van Bestla is, en daarmee de oom van Wodan. Hij wordt als gijzelaar van de Azen naar de Wanen gestuurd, maar in veel lijsten en Kennings en dergelijke komt een veel sterkere link tussen Mijmeraar en de Jotun gemaakt. Zo wordt er bijvoorbeeld genoemd dat zijn (andersinds ongenoemde) zonen spelen tijdens ragnarok. En een aantal Jotun uit andere bronnen hebben een verwijzing naar Mimir in hun naam staan.  In ieder geval wordt de Mijmeraar nergens beschreven als ook maar een beetje een vijand van wie dan ook. Volgens mij staat hij te ver af van de ”dagelijkse politiek” van Goden om zich echt verbonden te weten met Aas, Waan of Jotun. Mijmeren en wijsheid laten zich niet tegenhouden door zaken als ethiek of groepsidentiteit.
  • Utgard-Loki. Dit figuur komt maar in 1 verhaal voor, maar hij is wel enorm intressant. Wodan, Loki, Donar en Donar’s nieuwe hulpje Thjalfie zijn op reis om Utgard-Loki uit te dagen. Utgard-Loki is de leider van het kasteel Utgard (buiten-de-tuinen, zegmaar wildernis) in Jotunheim. Eenmaal aangekomen voeren de vier verschillende proeven af, die ze allemaal jammerlijk falen. Wanneer ze verslagen vertrekken laat Utgard-Loki hen weten dat de proeven in werkelijkheid onmogelijk moeilijk waren, en dat het alle Jotun bevreeste om te zien hoe dicht bij zij ieder toch bij de overwinning waren gekomen. Door zijn magie zorgt Utgard-Loki ervoor dat de vier hem al niet meer kunnen bereiken, omdat hij bang is dat een daadwerkelijke strijd het einde van hem en de zijnen zou betekenen. Één ding wat natuurlijk direct opvalt is de naam Loki, vooral aangezien de bekende Loki zelf ook één van de Jotun is. Maar over hoe deze link zou kunnen zitten kunnen we alleen maar eindeloos speculeren. Wat mij veel meer intresseert is hoe deze Jotun in dit verhaal hun macht gebruiken om Donar, Wodan en zelfs Loki te slim af te zijn. Volgens dit verhaal weten de Jotun concepten als wildvuur, ouderdom en gedachte te personaliseren. Ze laten Donar drie enorme teugen uit de oceaan drinken, (van vloed naar eb). Zonder zelf een directe confrontatie te riskeren testen ze de machten van hun vijanden tot het uiterste. Deze Jotun zijn dan wel de vijand van de Goden, maar zeker niet dom of kortzichtig.
  • Aegir, oftewel de zee. Aegir is, zoals past bij de zee, niet in ”goed of slecht” in te delen. (je vijand is je vriend, hij kan zo lief onschuldig zijn en soms zo nietsontziend) Hij en zijn vrouw vernietigen schepen en laten zeelui, ver van huis, verdrinken. Maar vervolgens mogen die zeelui wel in zijn hal feest vieren en mede drinken. Hij is bij de Lokesanne gastheer voor de Azen. Hij is een oude, enge natuurkracht. Maar wordt nergens gezien als vijand van de Azen of van de mensen. Hij is simpelweg ”anders”.
  • Loki, één van de complexste figuren van de Edda’s. Vooral omdat het moeilijk is in te schatten hoeveel van zijn karakter zoals beschreven toegevoegd of gewijzigd is om van Loki een ”Satansfiguur” te maken. Hij is de zoon van Laufney, een vrouwlijke Jotun. In de Edda’s is hij een duidelijke ”Trickster”, door allerlei streken weet hij zichzelf en anderen meermaals in enorme problemen te brengen, maar weet hij ook vaak voor zichzelf en de Azen grote prijzen binnen te slepen. Hij moet vaak de hete kastanjes uit het vuur halen.  Het verhaal over hoe hij Baldr laat doodschieten is waarschijnlijk een latere toevoeging maar nogsteeds voor veel Heidenen om hem a-historisch en onrealistisch als een absoluut kwaad te zien. Ik zal later waarschijnlijk nog een post aan hemzelf en zijn nageslacht wijden, want hij is enorm intressant.

Vergelijking Jotun met Titanen

In de Griekse mythologie kennen we de Titanen. In feite de Goden voordat Zeus en zijn olympianen aan kwamen. De Titanen worden gepresenteerd als ondenkbaar oude entiteiten die vaak nog machtiger zijn dan de Goden, en gewoon zo ver van de mensheid en haar nukken afstaan dat ze onkenbaar voor ons zijn. Als voorbeeld is Chronos, de oorspronkelijke Vadertje Tijd.  Wanneer je de Jotun gelijksteld met de Titanen is er een duidelijk beeld te maken. Er zijn eerst entiteiten die geen voor de mens kenbaar of leefbare orden vertegenwoordigen. Hun aard staat dermate ver van ons af dat een wereld door hun gedomineerd fysiek niet leefbaar is voor de mens. Dan stapt er een groep Goden naar voren die, door moord en doodslag, de dan-huidige wereld vernietigen om een nieuwe te bouwen waar de mens wél een mogenlijkheid in is. De overgebleven oude krachten willen naar gelang hun aard deze wereld weer vernietigen om terug te keren in de, voor hun, natuurlijke toestant van chaos.

 

 

Ik vraag mij altijd af, hoeveel lijkt het systeem dat de Edda’s beschrijven daadwerkelijk op datgene wat er in Ijsland werdt gelooft? En hoeveel lijkt dat dan weer op wat er eeuwen eerder hier werdt gelooft? Het idee van potentieel vernietigende machtige natuurwezens is iets wat waar ik zeker wel van geloof dat het inerhent onderdeel is van het Germaans Heidendom. En ook dat er veel machtige entiteiten bestaan die buiten de aan ons bekende manieren van defineren en identificeren staan. Entiteiten die simpelweg geen duidelijk afgebakende plek hebben in ons huidige bewustzijn. Dat maakt ze niet altijd onkenbaar, maar het betekend dat je zelf net even wat meer werk eraan hebt.

Dat gezegd hebbende, adviseer ik iedereen om te bedenken dat wij, als mensen, zelf verantwoordelijk zijn voor met welke entiteiten we proberen een band op te bouwen. Ik denk niet dat wij concepten als vijandschap zomaar op de interGodennlijke relaties kunen plaatsen. Wij hebben alleen ons eigen perspectief, beinvloedbaar door het perspectief van anderen. Wanneer iemand zegt met Jotun te werken, en jij voelt je aangevallen. Dan is er een goede kans dat die ander een ander concept van Jotun kent dan jij. Dit is een kans om je perspectief uit te dagen en eventueel uit te breiden. Neem die kans!

Wie Wat Wodan?

 

 

Odin, Wodan, de Doler, de Verschikkelijke, de god van de gehangenen, de Woedende, en zo zijn er nog veel meer namen.

Tegenwoordig wordt er veelal aangenomen dat hij zijn positie van Alvader en hemelgod over heeft genomen van Tiwaz en Donar, met veel eigenschappen en atributten die daarbij horen. Maar wat blijft er dan nog over van de onderliggende Wodan?

Odin en Wodan zijn beide etymologische aftakkingen van het proto-indo-Europeese ”weh₂t-” wat schijnbaar zoveel zou moeten beteken als ”opgewonden zijn” of ”enthousiast zijn”. Dit groeide later uit naar het Proto-Germaanse ”wōdaz”, een voorzetsel dat zoveel betekend als ”opgewonden” ”enthousiast” ”woedend” ”’geobsedeerd” en ”razend”. Een soort aardse staat van bezetenheid dus.

Dit woord komt via ”Woed” naar het moderne Nederlands als ”Woedend”. Net zoals Mímir voor mij de Mijmeraar is, en Freya en Freyr de Dame en de Heer zijn, is Wodan De Woedende. Maar woedend heeft een specifieke betekenis die de lading maar ten dele dekt.

Odin kan ook verklaart worden als woord op zichzelf. In het oud Noors valt het op te delen in ”Óðr ” en ”In”.  In zou in deze context ”Meester van” betekenen, dus het intressante deel is ”Óðr ”.

Óðr is ook een aftakking van ”Weht”. Het wordt gezien als een term voor een soort trance of grote inspiratie. ”In de flow zitten” zou je kunnen zeggen. Ook deze zijtak past bij hoe ik Wodan zie.

 

 

Er is niet echt meer een woord dat de hele lading goed dekt. Uit dezelfde bron komen ook oude termen voor poezie, waaien en zien!

In deze trant denk ik bij Wodan aan passie, obsessie, extreme drang, insperatie, toewijding. Maar hoeveel past dit bij de historie?

  • We kennen de Beserkers, krijgerbanden die in een roes vochten waarbij ze vriend en vijand niet meer konden onderscheiden. Pure woede.
  • We kennen het verhaal hoe Wodan de mede gebrouwen van het bloed van Kvasir zich toeeigende. Zowel het letterlijke verhaal als de praktische betekenis past. In het letterlijke verhaal ziet Wodan een doel, en om dat doel te behalen vermoord hij meerdere landarbeiders, liegt hij een ander voor, verleidt een reuzin en breekt haar hart. Zodra hij zijn prijs heeft reist hij zonder omzien lina recta terug naar huis. De gestolen mede is de drank der inspiratie, die hij volgens de vertellingen geeft aan de enkeling die uitverkozen is om een wonderbaarlijke bard of skald te worden. (volgens een andere lezing verliest hij bij zijn vlucht een aantal slokken die zo op midgaard komen). Hoe het ook zij, er is een oud imago van de excentrieke artiest. Een normaal gesprek voeren zit er niet in, en elke gedachtengang is voor anderen bizar. Het enige wat deze Idiot Savants kunnen is hun kunst uitvoeren, waarmee ze de grenzen opzoeken van wat er binnen hun medium als mogelijk wordt beschouwt.
  • Ook bekend is zijn interactie met de Mijmeraar. Voor een slok van deze wijsheid rukt Wodan zonder discussie een oog uit zijn kas. Ook dit kan ik goed plaatsen. Mijmeren kan heel goed een Óðr staat opleveren. Maar goed Mijmeren gaat ten koste van zowel de voordelen als de nadelen van de roekeloosheid en doelgerichtheid die veel vormen van Óðr opleveren. Je kan als Óðr meester dus zeker wel meegenieten van wat Mijmeren te bieden heeft, maar het kost wel behoorlijk wat.
  • Een ander, minder bekend verhaal verteld hoe de Lombarden aan hun naam komen. In het kort, 2 volken voeren oorlog, Frigg heeft de voorkeur voor de ene kant, Wodan voor de andere kant. Hij wil geen ruzie dus hij besluit zijn zegen te geven aan de eerste stam die hij ziet wanneer hij ontwaakt, en zet zijn bed zo neer dat hij over zijn favoriete stam uitkijkt. De stam die Frigg liever heeft, is kleiner. Frigg adviseert hen om hun vrouwen hun haar voor hun gezicht te dragen, als waren het baarden, en mee te marcheren met hun mannen. Verder draait ze het bed van Wodan om. Wanneer deze wakker wordt is het eerste wat hij zegt ”Wie zijn deze langbaarden?”. Vervolgens roept Frigg ”Je hebt ze nu hun naam gegeven, schenk hun ook de zege”. Deze groep werdt dus de Langbaarden, en ze zijn altijd Wodan trouw gebleven.  Hier lees je hoe Wodan door zijn eigen arbitaire regel makkelijk omgestuurd kan worden.

 

Er valt natuurlijk nog veel te speculeren en natuurlijk direct te communiceren. Ik hoop dat ik voor de goede lezer het makkelijker heb gemaakt om Wodan te kennen, indien zij dat willen. Het is een interessante en gevaarlijke entiteit.

 

 

 

 

 

http://religion.wikia.com/wiki/W%C5%8Dden

https://norse-mythology.org/gods-and-creatures/the-aesir-gods-and-goddesses/odin/

Hughinn en Mughinn als zeemeeuwen

De verhalen die we uit de Edda’s hebben geven ons de volgende feiten.

  • Wodan offerde zijn oog aan de Mijmeraar voor een dronk uit Mijmeraars bron. Dit deed Wodan als één van zijn vele avonturen met als doel zijn immense wijsheid en kennis te vergroten.
  • Wodan heeft twee raven, wiens namen meestal vertaald worden als gedachte en geheugen. Naar het schijnt klopt Gedachte voor Hughinn vrij goed, maar is Mughinn een stuk lastiger. Geheugen, gedachte, maar ook verlangen of behoefte past. Hoe het ook zei wordt gezegd dat deze raven alle werelden overvliegen en Wodan allerlei informatie over wat er allemaal gaande is in de oren krassen.

 

Deze raven worden door veel mensen tegenwoordig gezien als een soort onderdeel van de geest van Wodan, die Wodan door middel van een soort sjamanistische handeling kan laten reizen. Over hoe dit exact zit en elke leuke Noors/Germaanse of spirituele termen je erop kan loslaten kan je een ander (waarschijnlijk veel minder interessant) blogje schrijven.

Raven Kaldera, en verschillende anderen hebben de UPG dat deze raven onderdeel zijn van wat de Mijmeraar gaf als betaling voor dat oog. Dit komt in geen van de overlevende bronnen terug maar kan ik zelf wel plaatsen.

Dit allemaal als gegeven beschouwd. Volgt hier een persoonlijke gedachtegang.

De Goden zitten naar mijn weten niet vast in aardse concepten van diersoorten en dergelijke, de verhalen zijn beelden die bepaalde volken hadden om het allemaal een beetje begrijpelijk over te laten komen. De sociaal culturele filter zit al in de kennis en inzichten die een mens binnenkrijgt van de Goden, laat staan in hoe diegene dit beschrijft aan volksgenoten. Raven zijn, onder andere, bekende lijkenpikkers. In een periode waar Wodan geliefd danwel gevreesd was door zij die ver van huis zouden gaan sneuvelen op slagvelden, zijn Raven een bekend en logisch zinnenbeeld.

 

Maar ik en de meeste anderen die deze Goden vandaag de dag leren kennen, zijn geen krijgers. Onze wereld is verandert, de link tussen Wodan en raven zit natuurlijk diep, en ik zal nooit ontkennen dat deze op verschillende lagen waar en zinvol is, maar hier is een ander zinnebeeld. Ik hoop dat ik deze zo weet te beschrijven dat anderen er wat aan hebben.

 

Denk aan een schier eindeloze zee, van horizon tot horizon zie je alleen water. Op het eerste zicht is het erg moeilijk om te zien waar het water maar een meter of wat diep is, en waar de diepte onpeilbaar is. Over dit water zweven de zeemeeuwen, veel zien hun als een symbool van vrijheid, maar ze worden gestuurd door andere krachten dan wij kunnen waarnemen. Krachten die wij zelden bereidt of in staat zijn te bevatten.

Terwijl je kijkt naar deze wezens, die schijnbaar zo doelloos boven de zee zwerven, zie je ineens eentje naar beneden duiken. Ze komt al snel weer boven met een vis. Je kan weten dat deze vis dicht aan de oppervlakte zat, maar als je heel eerlijk bent, had deze vannuit jouw perspectief net zo goed van de zeebodem geplukt kunnen zijn. Je had nooit geweten dat deze daar zat, en ook als je het wel wist, had je er misschien helemaal niet voor gekozen. De meeuw brengt de vis naar je toe, smijt het voor je voeten of in je gezicht. Of je nu wilt of niet, je hebt die vis. Je krijgt van niemand instructie over wat je ermee aan moet. Je koos er niet voor, je wilt het waarschijnlijk helemaal niet eens, maar je krijgt het lekker terug.

 

De zee is een deel van je geest, de bron van de Mijmeraar, daar waar alle informatie en ervaringen van jezelf en zelfs de geschiedenis van voor jij ”jij” was ligt opgeslagen. Soms diep en soms tegen de oppervlakte aan.

De vissen zijn herinneringen en gedachtes, soms zijn ze rottend en stinkend, een andere keer springlevend en spartelend. De meeuwen zijn voor jou zoals de raven voor Wodan zijn, ze pikken deze visjes uit de zee voor je, gestuurd door je geheugen, door je gedachten, door je verlangens en behoeftes. Je kan deze meeuwen leren kennen, aanmoedigen om bepaalde vis te laten zitten bijvoorbeeld, of anderzijds aan jouw kant proberen te krijgen. Want ik geloof niet dat ze dat altijd zullen zijn. Net zoals je er niet van uit moet gaan dat je eerste gevoel ergens bij altijd ergens op zal slaan, of dat je verlangen naar iets (of iemand) slim is om op te volgen. Misschien is dat onderdeel geweest van de prijs die de Mijmeraar aan Wodan gaf, dat de raven aan zijn kant zullen zijn en aangestuurd kunnen worden.

Hoe dan ook, het lijkt mij een interessante gedachte om erbij te halen wanneer je weer eens ligt te wachten op de rustige slaap, en die meeuwen een rotte vis in je gezicht smijten.

 

 

 

 

Kijken door de ogen van de alziende, horen met de oren van de alhorende.

De bron van de mijmeraar is een schier oneindige put van wijsheid, inzicht, kennis. Het is uit deze bron (of zijputjes ervan) waar wij uit putten wanneer wij mijmeren, wikken en wegen, wanneer wij de tijd nemen om informatie en kennis te verwerken voordat we tot een conclusie of reactie komen.

Door te Mijmeren, maken we gebruik van kennis en ervaring, die ouder is dan wijzelf. Natuurlijke instincten, bovennatuurlijke inzichten, lessen uit de famillielijn, het zit er allemaal in. Wij voegen aan die bron toe door zelf te ervaren en bewust mee te maken.

 

Wodan bezat volgens de Edda’s een troon, van waaraf hij alles wat er in de negen werelden gebeurde kon overzien. Ook reisde hij altijd al veel, via zijn avonturen zag hij zaken die geen mens, god of Jotun ooit nog weer zou zien. Hij bezat een uniek perspectief.

Door zijn oog te offeren, kreeg de Mijmeraar toegang tot zijn aldoor toenemende ervaring.

 

Heimdall, de vaderloze zoon van negen moeders, was gezegend met onder andere het scherpste gehoor. Hij kon gras horen groeien en kon uit de echo’s van de ronstromende tijd de hoorn horen blazen die het einde der tijden zou inroepen.

Door zijn oorschelp op te eisen, kreeg de Mijmeraar toegang tot geluiden die door geen levend wezen voortgebracht kon worden. Maar ook tot de vertelde verhalen van alle volkeren.

 

Zo groeide de wijsheid van de Mijmeraar, en de waarde van zijn bron. Een bron waar wij allen, als we echt willen, wel een slokje van mogen. Indien we maar ons eigen offer geven.

Tijd, en Aandacht.

Hollandse Nasi

Geïnspireerd door één van de betere Facebook gesprekken van de laatste tijd, over het eclecticisme.

Voor zij die het niet weten: in religieus/spirituele zin betekend eclecticisme makkelijk gezegd dat je je niet op 1 pad of richting richt, maar elementen uit allerlei bronnen haalt en die samenvoegt om een voor jou aansprekend geheel te maken. Wicca bijvoorbeeld staat erom bekend enorm eclectisch te zijn, en naar mijn mening niet op een goede manier.

Een voordeel van een eclectische aanpak is dat het je enorm veel vrijheid geeft. Er is altijd wel een nieuwe Godheid of concept die interessant is.  Het is dan ook logisch dat deze aanpak populair is in het tijdperk van het massa-individualisme en het absolute dogma van anti-dogmatiek. Iedereen kan zijn of haar eigen religie mix en matchen.

Het zelfde principe kom je ook tegen in architectuur en koken bijvoorbeeld. Gebouwen met Romeinse gewelven en Keltische versieringen bijvoorbeeld, of een gerecht dat in de zonder blikken of blozen ”Hollandse nasi” genoemd wordt.

Laat ik ten eerste het verplichte riedeltje afgaan. Ik heb natuurlijk niet het recht om wie dan ook van welke religieuze ideeën af te houden. Ik ben geen autoriteitsfiguur, en om het af te maken, mijn beste vriendin is eclectisch.

Maar ik vind het wel nuttig om ook dit soort dingen af en toe een kritisch te bekijken. Het is belangerijk en intressant om denkwijzen en dergelijke over dit soort onderwerpen af en toe weer eens te vergelijken, te onderbouwen en kritisch te benaderen.

 

Kijk, de mythologieën die we nu kennen zijn eigenlijk ook maar een kunstmatige reflectie van een momentopname van een klein deel van het wereldbeeld van een klein deel van een cultuur. Ik geloof oprecht dat, wanneer je denkt in absoluten je meestal al direct onrecht doet aan de realiteit. Religie en spiritualiteit zijn nou juist zaken waarin je door mag blijven groeien en leren. Je krijgt de antwoorden niet op een zilveren bordje, je moet er zelfs aan werken om de juiste vragen te leren stellen (om nog maar niet te beginnen over het concept ”juist” in deze zin).  Dat gezegd hebbende, er is wel meerwaarde in afbakenen vind ik. Ten eerste nodigt eclectisme voor mijn gevoel vrij makkelijk uit tot oppervlakkigheid. Wodan is allvader, Zeus is oppergod en Ra ook. Leuk en aardig, maar ze hebben ook echt wel onderlinge verschillen en ieder hun eigen persoonlijkheid en kracht! En volgens mij kan je die het beste leren kennen door de context van waar ze vandaan komen ook te leren kennen.

Waarom is Wodan bloedbroeder met Loki? Wat bedoelde men eigenlijk met bloedbroeder in die tijd? Hoe zit Wodan’s relatie met Freya in elkaar? Hij had veel wijsheid en macht, maar was toch ondergeschikt aan het Lot dat blijkbaar alleen Frigg en de Nornen kennen.

Volgens mij kan je door dit soort overdenkingen de diepgang van individuele Goden beter leren kennen, en daardoor ook meer inzicht in bijvoorbeeld wat we van ze kunnen en mogen leren.

Natuurlijk kan je dit doen met meerdere systemen, in theorie. Maar het is lastig genoeg echt de diepte in te gaan en te blijven duiken van 1 systeem, zelfs indien strak afgebakend. En volgens mij als je de Goden van meerdere systemen oppervlakig met elkaar verbind en op 1 lijn stelt, zonder ze te leren kennen, je eindigt met een slechte parodie die beledigend is voor alle betrokken partijen.

Om het maar zo te zeggen, een Hollandse Nasi zal best goed kunnen smaken en een samenhangend geheel zijn waar Hollandse en Oosterse ingrediënten elkaar tegenkomen en vernieuwen. Maar als je het niet goed doet, krijg je een aardappel in een bakje rijst. En zelfs als jij dat wel lekker vind, het heeft niets van doen met de Hollandse keuken of met nasi.

 

 

 

 

 

 

Mijmeraars bron

Alles is verbonden, vervlochten in de grote takken van die enorme boom die de Razende berijdt. Deze boom omvat alles wat voor ons bestaat, alle werelden die we kunnen leren kennen en oprecht begrijpen zitten ergens in deze onbevattelijke Taxus verstopt. Deze boom, dit kronkelpad tussen realiteiten, heeft drie grote wortels.

Één van die wortels eindigt in de bron van de mijmeraar. Een bron die dieper gaat dan mensen kunnen bevatten. Ergens in deze bron zit het scherpe gehoor van de deurwachter van het Azenhof, in een onbekend verleden geruild voor de wijsheid noodzakelijk voor de eeuwige wacht. Ook in deze duistere put geworpen is het alziend zicht van de Razende Heer, geruild tegen een teug van inzicht in het duisterste verleden en de onvermijdelijke toekomst.

Het is in deze bron waar wijsheden zijn verborgen, die alleen de grootmeesters in woorden waarlijk kunnen vatten, en die woorden zullen alleen door de meesters waarlijk begrepen worden. Wijsheden die voorbij de logica gaan, de boodschappen verborgen in het eeuwig tijdelijke, aan de rand van het oneindige. Dit alles en meer is daarin verborgen. Ergens in de diepte ligt de oorsprong van wat wij als ”leven” kennen, maar dichter bij de oppervlakte herkennen wij vaag de vormen van het lot, en heel misschien een stukje van onszelf.

 

Probeer het maar niet te begrijpen, deze bron. Door te begrijpen proberen we te claimen, te bezitten. Zoals Aas ooit Waan wou bezitten.

Waag het niet te negeren, deze bron. Door te negeren proberen we te smoren. Zoals Waan ooit Thurz wou smoren.

Laat ons gewoon mijmeren, verwerken, overdenken, peinzen. Niet om te begrijpen maar om te zien met het oog van Wodan, en te horen met het oor van Heimdal.