Hughinn en Mughinn als zeemeeuwen

De verhalen die we uit de Edda’s hebben geven ons de volgende feiten.

  • Wodan offerde zijn oog aan de Mijmeraar voor een dronk uit Mijmeraars bron. Dit deed Wodan als één van zijn vele avonturen met als doel zijn immense wijsheid en kennis te vergroten.
  • Wodan heeft twee raven, wiens namen meestal vertaald worden als gedachte en geheugen. Naar het schijnt klopt Gedachte voor Hughinn vrij goed, maar is Mughinn een stuk lastiger. Geheugen, gedachte, maar ook verlangen of behoefte past. Hoe het ook zei wordt gezegd dat deze raven alle werelden overvliegen en Wodan allerlei informatie over wat er allemaal gaande is in de oren krassen.

 

Deze raven worden door veel mensen tegenwoordig gezien als een soort onderdeel van de geest van Wodan, die Wodan door middel van een soort sjamanistische handeling kan laten reizen. Over hoe dit exact zit en elke leuke Noors/Germaanse of spirituele termen je erop kan loslaten kan je een ander (waarschijnlijk veel minder interessant) blogje schrijven.

Raven Kaldera, en verschillende anderen hebben de UPG dat deze raven onderdeel zijn van wat de Mijmeraar gaf als betaling voor dat oog. Dit komt in geen van de overlevende bronnen terug maar kan ik zelf wel plaatsen.

Dit allemaal als gegeven beschouwd. Volgt hier een persoonlijke gedachtegang.

De Goden zitten naar mijn weten niet vast in aardse concepten van diersoorten en dergelijke, de verhalen zijn beelden die bepaalde volken hadden om het allemaal een beetje begrijpelijk over te laten komen. De sociaal culturele filter zit al in de kennis en inzichten die een mens binnenkrijgt van de Goden, laat staan in hoe diegene dit beschrijft aan volksgenoten. Raven zijn, onder andere, bekende lijkenpikkers. In een periode waar Wodan geliefd danwel gevreesd was door zij die ver van huis zouden gaan sneuvelen op slagvelden, zijn Raven een bekend en logisch zinnenbeeld.

 

Maar ik en de meeste anderen die deze Goden vandaag de dag leren kennen, zijn geen krijgers. Onze wereld is verandert, de link tussen Wodan en raven zit natuurlijk diep, en ik zal nooit ontkennen dat deze op verschillende lagen waar en zinvol is, maar hier is een ander zinnebeeld. Ik hoop dat ik deze zo weet te beschrijven dat anderen er wat aan hebben.

 

Denk aan een schier eindeloze zee, van horizon tot horizon zie je alleen water. Op het eerste zicht is het erg moeilijk om te zien waar het water maar een meter of wat diep is, en waar de diepte onpeilbaar is. Over dit water zweven de zeemeeuwen, veel zien hun als een symbool van vrijheid, maar ze worden gestuurd door andere krachten dan wij kunnen waarnemen. Krachten die wij zelden bereidt of in staat zijn te bevatten.

Terwijl je kijkt naar deze wezens, die schijnbaar zo doelloos boven de zee zwerven, zie je ineens eentje naar beneden duiken. Ze komt al snel weer boven met een vis. Je kan weten dat deze vis dicht aan de oppervlakte zat, maar als je heel eerlijk bent, had deze vannuit jouw perspectief net zo goed van de zeebodem geplukt kunnen zijn. Je had nooit geweten dat deze daar zat, en ook als je het wel wist, had je er misschien helemaal niet voor gekozen. De meeuw brengt de vis naar je toe, smijt het voor je voeten of in je gezicht. Of je nu wilt of niet, je hebt die vis. Je krijgt van niemand instructie over wat je ermee aan moet. Je koos er niet voor, je wilt het waarschijnlijk helemaal niet eens, maar je krijgt het lekker terug.

 

De zee is een deel van je geest, de bron van de Mijmeraar, daar waar alle informatie en ervaringen van jezelf en zelfs de geschiedenis van voor jij ”jij” was ligt opgeslagen. Soms diep en soms tegen de oppervlakte aan.

De vissen zijn herinneringen en gedachtes, soms zijn ze rottend en stinkend, een andere keer springlevend en spartelend. De meeuwen zijn voor jou zoals de raven voor Wodan zijn, ze pikken deze visjes uit de zee voor je, gestuurd door je geheugen, door je gedachten, door je verlangens en behoeftes. Je kan deze meeuwen leren kennen, aanmoedigen om bepaalde vis te laten zitten bijvoorbeeld, of anderzijds aan jouw kant proberen te krijgen. Want ik geloof niet dat ze dat altijd zullen zijn. Net zoals je er niet van uit moet gaan dat je eerste gevoel ergens bij altijd ergens op zal slaan, of dat je verlangen naar iets (of iemand) slim is om op te volgen. Misschien is dat onderdeel geweest van de prijs die de Mijmeraar aan Wodan gaf, dat de raven aan zijn kant zullen zijn en aangestuurd kunnen worden.

Hoe dan ook, het lijkt mij een interessante gedachte om erbij te halen wanneer je weer eens ligt te wachten op de rustige slaap, en die meeuwen een rotte vis in je gezicht smijten.

 

 

 

 

Kijken door de ogen van de alziende, horen met de oren van de alhorende.

De bron van de mijmeraar is een schier oneindige put van wijsheid, inzicht, kennis. Het is uit deze bron (of zijputjes ervan) waar wij uit putten wanneer wij mijmeren, wikken en wegen, wanneer wij de tijd nemen om informatie en kennis te verwerken voordat we tot een conclusie of reactie komen.

Door te Mijmeren, maken we gebruik van kennis en ervaring, die ouder is dan wijzelf. Natuurlijke instincten, bovennatuurlijke inzichten, lessen uit de famillielijn, het zit er allemaal in. Wij voegen aan die bron toe door zelf te ervaren en bewust mee te maken.

 

Wodan bezat volgens de Edda’s een troon, van waaraf hij alles wat er in de negen werelden gebeurde kon overzien. Ook reisde hij altijd al veel, via zijn avonturen zag hij zaken die geen mens, god of Jotun ooit nog weer zou zien. Hij bezat een uniek perspectief.

Door zijn oog te offeren, kreeg de Mijmeraar toegang tot zijn aldoor toenemende ervaring.

 

Heimdall, de vaderloze zoon van negen moeders, was gezegend met onder andere het scherpste gehoor. Hij kon gras horen groeien en kon uit de echo’s van de ronstromende tijd de hoorn horen blazen die het einde der tijden zou inroepen.

Door zijn oorschelp op te eisen, kreeg de Mijmeraar toegang tot geluiden die door geen levend wezen voortgebracht kon worden. Maar ook tot de vertelde verhalen van alle volkeren.

 

Zo groeide de wijsheid van de Mijmeraar, en de waarde van zijn bron. Een bron waar wij allen, als we echt willen, wel een slokje van mogen. Indien we maar ons eigen offer geven.

Tijd, en Aandacht.

Hollandse Nasi

Geïnspireerd door één van de betere Facebook gesprekken van de laatste tijd, over het eclecticisme.

Voor zij die het niet weten: in religieus/spirituele zin betekend eclecticisme makkelijk gezegd dat je je niet op 1 pad of richting richt, maar elementen uit allerlei bronnen haalt en die samenvoegt om een voor jou aansprekend geheel te maken. Wicca bijvoorbeeld staat erom bekend enorm eclectisch te zijn, en naar mijn mening niet op een goede manier.

Een voordeel van een eclectische aanpak is dat het je enorm veel vrijheid geeft. Er is altijd wel een nieuwe Godheid of concept die interessant is.  Het is dan ook logisch dat deze aanpak populair is in het tijdperk van het massa-individualisme en het absolute dogma van anti-dogmatiek. Iedereen kan zijn of haar eigen religie mix en matchen.

Het zelfde principe kom je ook tegen in architectuur en koken bijvoorbeeld. Gebouwen met Romeinse gewelven en Keltische versieringen bijvoorbeeld, of een gerecht dat in de zonder blikken of blozen ”Hollandse nasi” genoemd wordt.

Laat ik ten eerste het verplichte riedeltje afgaan. Ik heb natuurlijk niet het recht om wie dan ook van welke religieuze ideeën af te houden. Ik ben geen autoriteitsfiguur, en om het af te maken, mijn beste vriendin is eclectisch.

Maar ik vind het wel nuttig om ook dit soort dingen af en toe een kritisch te bekijken. Het is belangerijk en intressant om denkwijzen en dergelijke over dit soort onderwerpen af en toe weer eens te vergelijken, te onderbouwen en kritisch te benaderen.

 

Kijk, de mythologieën die we nu kennen zijn eigenlijk ook maar een kunstmatige reflectie van een momentopname van een klein deel van het wereldbeeld van een klein deel van een cultuur. Ik geloof oprecht dat, wanneer je denkt in absoluten je meestal al direct onrecht doet aan de realiteit. Religie en spiritualiteit zijn nou juist zaken waarin je door mag blijven groeien en leren. Je krijgt de antwoorden niet op een zilveren bordje, je moet er zelfs aan werken om de juiste vragen te leren stellen (om nog maar niet te beginnen over het concept ”juist” in deze zin).  Dat gezegd hebbende, er is wel meerwaarde in afbakenen vind ik. Ten eerste nodigt eclectisme voor mijn gevoel vrij makkelijk uit tot oppervlakkigheid. Wodan is allvader, Zeus is oppergod en Ra ook. Leuk en aardig, maar ze hebben ook echt wel onderlinge verschillen en ieder hun eigen persoonlijkheid en kracht! En volgens mij kan je die het beste leren kennen door de context van waar ze vandaan komen ook te leren kennen.

Waarom is Wodan bloedbroeder met Loki? Wat bedoelde men eigenlijk met bloedbroeder in die tijd? Hoe zit Wodan’s relatie met Freya in elkaar? Hij had veel wijsheid en macht, maar was toch ondergeschikt aan het Lot dat blijkbaar alleen Frigg en de Nornen kennen.

Volgens mij kan je door dit soort overdenkingen de diepgang van individuele Goden beter leren kennen, en daardoor ook meer inzicht in bijvoorbeeld wat we van ze kunnen en mogen leren.

Natuurlijk kan je dit doen met meerdere systemen, in theorie. Maar het is lastig genoeg echt de diepte in te gaan en te blijven duiken van 1 systeem, zelfs indien strak afgebakend. En volgens mij als je de Goden van meerdere systemen oppervlakig met elkaar verbind en op 1 lijn stelt, zonder ze te leren kennen, je eindigt met een slechte parodie die beledigend is voor alle betrokken partijen.

Om het maar zo te zeggen, een Hollandse Nasi zal best goed kunnen smaken en een samenhangend geheel zijn waar Hollandse en Oosterse ingrediënten elkaar tegenkomen en vernieuwen. Maar als je het niet goed doet, krijg je een aardappel in een bakje rijst. En zelfs als jij dat wel lekker vind, het heeft niets van doen met de Hollandse keuken of met nasi.

 

 

 

 

 

 

Mijmeraars bron

Alles is verbonden, vervlochten in de grote takken van die enorme boom die de Razende berijdt. Deze boom omvat alles wat voor ons bestaat, alle werelden die we kunnen leren kennen en oprecht begrijpen zitten ergens in deze onbevattelijke Taxus verstopt. Deze boom, dit kronkelpad tussen realiteiten, heeft drie grote wortels.

Één van die wortels eindigt in de bron van de mijmeraar. Een bron die dieper gaat dan mensen kunnen bevatten. Ergens in deze bron zit het scherpe gehoor van de deurwachter van het Azenhof, in een onbekend verleden geruild voor de wijsheid noodzakelijk voor de eeuwige wacht. Ook in deze duistere put geworpen is het alziend zicht van de Razende Heer, geruild tegen een teug van inzicht in het duisterste verleden en de onvermijdelijke toekomst.

Het is in deze bron waar wijsheden zijn verborgen, die alleen de grootmeesters in woorden waarlijk kunnen vatten, en die woorden zullen alleen door de meesters waarlijk begrepen worden. Wijsheden die voorbij de logica gaan, de boodschappen verborgen in het eeuwig tijdelijke, aan de rand van het oneindige. Dit alles en meer is daarin verborgen. Ergens in de diepte ligt de oorsprong van wat wij als ”leven” kennen, maar dichter bij de oppervlakte herkennen wij vaag de vormen van het lot, en heel misschien een stukje van onszelf.

 

Probeer het maar niet te begrijpen, deze bron. Door te begrijpen proberen we te claimen, te bezitten. Zoals Aas ooit Waan wou bezitten.

Waag het niet te negeren, deze bron. Door te negeren proberen we te smoren. Zoals Waan ooit Thurz wou smoren.

Laat ons gewoon mijmeren, verwerken, overdenken, peinzen. Niet om te begrijpen maar om te zien met het oog van Wodan, en te horen met het oor van Heimdal.

De Mijmeraar

Ik zit weer eens veel te denken aan de Mijmeraar. Mímir in de Noordse mythologie.

Ik kan nog niet echt aanwijzingen vinden van zijn cultus op continentaal Germania, maar toch begint hij me steeds meer aan te trekken.

Hij is de bewaker van de bron der wijsheid, waar Wodan zelf zijn oog uit zijn kas voor moest trekken om er een hoornvol uit te drinken. Hij is het wiens hoofd een belangrijke raadgever is voor diezelfde Wodan. Maar wat is hij voor ons mensen?

Volgens mij kan je hem in je leven uitnodigen door bewust te mijmeren. Reflecteren op het verleden, de toekomst en het heden overpeinzen, alle relevante informatie die je hebt verwerken. In die zin denk ikzelf vooral aan het niet laten meeslepen door emoties van het moment, niet reageren op een tijdelijke omstandigheid. Veel kan verloren gaan door niet tijdig reageren, door af te wachten. Maar dat is de prijs die betaald dient te worden voor de wijsheid.

Ik denk bijvoorbeeld aan de vele avonturen die de legers van het Westen in het Midden-Oosten hebben beleefd. Er wordt gereageerd op een beeld van een huidige situatie. Een heerser wordt van zijn troon gestoten, en dat was hem dan. Er is geen werkbaar plan om het land weer te laten heropbouwen, om de bewoners vertrouwen te geven in de toekomst, om stabiliteit en veiligheid te garanderen. Het gevolg is telkens even tragisch als voorspelbaar. De groep die je bewapende zijn de nieuwe vijanden.

De Mijmeraar roept op om niet direct te handelen, maar eerst een duidelijk plan van aanpak te hebben, eerst te wikken en wegen.

Ik heb wat dingen opgezocht van mensen die met hem werken. Volgens deze beoefenaars (waarvan ik er geen zelf ken) vraagt hij vaak een hoge prijs, die soms niet zo hoog lijkt op het eerste zicht. Één iets dat mij opvalt is dat er blijkbaar gevraagd word om zijn ´´ogen´´ in de wereld te zijn gedurende een dag. Wanneer alles wat je ziet ook door hem wordt gezien. Dit klingt enorm als het concept ´´horsing´´ waar een Godheid een menselijk lichaam in verschillende mate ´´berijdt´´. Zoals tijdens een cerimoniele dans bij verschillende natuurstammen, of wat er bij moderne famillieopstellingen gebeurt.

Iets anders dat mij enorm facineerd is een thema van leegte, of ultieme eenzaamheid. Voorbij het verlaten voelen, voorbij kwetsbaar, bang en eenzaam zijn. Het gevoel te hebben op geen enkele wijze in contact te staan met wie dan ook. Dit kan komen omdat Mijmeren iets is dat je alleen doet, het is praten zonder met iemand anders te communiceren. Het past ook sterk bij een bredere tradities van Orakels, die telkens buiten de maatschappij stonden. Niet gebonden waren aan de regels van enige rang of stand, en geen famillie verplichtingen hadden.

Een ander aspect is het uitschakelen van de zintuigen. Er zijn tegenwoordig een soort van afgesloten badkuipjes, waarin je kan drijven zonder iets te zien, horen, ruiken of voelen. Compleet afgesloten van de wereld. Het schijnt enorm te helpen bij visualiseren of anderzijds mediteren. Je zou kunnen zeggen dat je het pad volgt van het hoofd van De Mijmeraar.

Uiteindelijk denk ik dat meer invloed van de Mijmeraar nodig is, bij de wereld als geheel, bij het Heidendom zoals ik het nu ken en in mijn eigen leven. We moeten leren onszelf te behandelen als een wijze, grijze raadgever. Om niet te snel en te veel te willen, om ons niet te laten leiden door driften en temporale emoties. We vergeten veel te vaak om afstand te nemen van het moment, of van onze eigen positie.

Sluit je ogen, haal diep adem, ga RUSTIG door alle relevante informatie die je hebt heen, en maak daarna een besluit.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ertha, Tiwaz en Mannus

Rond het heillige bos zijn er kleine kampjes ontstaan, de spanning onder de bezoekers is voelbaar.

Morgen zal het grootste Allding ooit plaatsvinden. Stammen vanuit heel vrij Germanië zullen zich laten horen en voor eens en altijd bepalen of de toekomst vrij en Germaans, of onderworpen en Romeins zal zijn. Verschillende stammen vechten al sinds heugenis onder Romeinse eenheden, anderen vechten zoals vanouds alleen voor hun heer, die weer vecht voor zijn volk. Er heerst geen onderlinge verbintenis, de Bataven in het westen zijn onverstaanbaar met hun met Keltisch en latijn doorspekte tongval, terwijl de Cherusken het onderling nog steeds niet eens zijn over of ze voor de vrijheid of de welvaart zullen vechten.

Het is om deze spanning te verbreken dat de sprooksprekers, wijze reizigers die ons Germanen herinneren aan de oude verhalen, de beste plaats aan de kampvuren opeisen en het volgende verhaal spreken. :

Nogsteeds zweren wij bij het Dingrecht op onze eerste voorvader, Tiwaz, eerste onder de Goden. Waar Donar de Reuzen van buiten weghoudt, beschermt Tiwaz ons tegen het beest in onszelf. Hij waakt op de wetten die nodig zijn om ons mensen te laten zijn, het is in zijn naam dat we eedbrekers, moordenaars en dieven straffen, en het is onder zijn toeziende blik dat de meest heillige eeden worden gedaan. Hij offerde zijn hand om de allesverslindende wolf, Veendwaler, gevangen te nemen en ons vooralsnog te bewaren uit de muil waar ooit de Alvader zelf in zal verdwijnen.

Het was Tiwaz die ooit, in een duister en vormloos verleden Ertha, de moeder van alles waarvan wij leven, tegenkwam. Zelfs de Romeinen erkennen het belang van Ertha, die zij Gaia noemen. Tiwaz wilde Ertha als de zijne hebben, bezitten en thuis houden alsof ze een trofee was. Hoewel Ertha de waarde van Tiwaz welzeker herkende, en wist dat zij samen inderdaad een sterk en liefdevol koppel zouden vormen, wees zij hem toch af. Waar hij zich door liet lijden was niet liefde maar hebzucht, en Ertha zou haarzelf nooit bezit laten worden.

n een waas van woede ontnam Tiwaz zichzelf  zijn eer, en veroverde het lichaam van Ertha. Verslonden door zijn eigen hebzucht verkrachtte hij Ertha, die stilzwijgend het liet gebeuren. Zij had dit kunnen voorkomen, maar om redenen die wij nooit zullen kunnen weten, deed zij dit niet.

Pas nadat hij zijn innerlijk vuur had bekoeld, besefte Tiwaz wat hij had gedaan. Uit schaamte trok hij zich eeuwig terug in het Azenrijk waar hij thuishoort.

Uit deze samengang baarde Ertha Mannus, de eerste van de vrije mensen. Zowel Ertha als Tiwaz hielden van Mannus, en hoewel ze elkaar nooit meer zullen kennen, voedden ze Mannus gezamenlijk doch gescheiden van elkaar op.

Ertha schonk Mannus alle kruipende, zwemmende en vliegende wezens. Om zich mee te voeden of om mee samen te werken. Ook schonk zij Mannus de macht om hout en steen te bewerken.

Maar Tiwaz zag in Mannus de vlam die hijzelf door had gegeven. De drang tot overheersing, onderwerping en ontheilliging. Daarom gaf hij Mannus het Dingrecht, en de eerste wetten. Door deze regels te kennen en zich aan te houden zou Mannus de eer die zijn vader had verspeeld, kunnen bewaren. En voor altijd zijn plek kennen in harmonie met de Goden en de Natuur.

Naarmate de tijd verder zou verlopen, en Mannus opgroeide tot een ware held, begon hij de vrije wereld te verdelen. Zijn oudste zonen, Yngi, Herm en Istea vormden de drie grote stammen aan de zee, zij leefden in gezonde concurrentie met elkaar en kwamen telkens bijeen voor het alding, waar ze elkaar beoordeelden op hun eer en rechtvaardigheid, en elkaar herinnerden aan de heilige plichten die hun waren toebedeeld. Zij gedrieën begonnen wat ons nu nog samen kan  houden.

Mannus kreeg steeds meer zonen, elk van welk een eigen stam begon. Tiwaz zag zijn nageslacht de vrije wereld bevolken, en moedigde zijn Azenbroeders hen uit te dagen en krachtig te laten worden.

Ertha zag haar nageslacht verspreiden en wist dat ze, langzaam maar zeker hunzelf en hun band met haar zouden vergeten. Dus vroeg ze aan haar geliefde Wanen om van hun te houden, en hun hun aard te laten herinneren.

Elk van deze zonen leidde zijn volk naar glorie, en leeft voort in de vele zonen en dochters die bij hun stam horen. Maar hoeveel we ook worden, en hoe verward we onderling ook mogen raken, wij hebben allen nog de aard van Mannus. Indien wij, als volk, onze eigenheid laten verdwijnen, dan wordt een verband tussen Tiwaz en Erthe, Aesir en Waan, verbroken. En dan zal het eeuwen duren voor onze nakomelingen in geest de weg terug weten te vinden.

 

De volgelingen van Mannus, door eed en plicht verbonden, zullen ooit weer terugkomen. Zij zullen zich in onze voetsporen weten, maar welk pad laten wij voor hen achter? Bedenk u in de jaren die komen dat u uzelf niet cadeau heb gekregen van uw voorouders of Goden, maar in bruikleen heeft van uw nakomelingen en uw Goden.

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

Het bovenstaande verhaal heb ik verzonnen, maar ik heb geprobeerd het verhaal zelf te laten passen bij de informatie die we hebben van de Germanen rond het jaar 0. Het is namelijk volgens mij tijd om verhalen te gaan vertellen. Niet alleen de verhalen zoals die ooit zijn opgeschreven, maar om zelf uit de put van de Mijmeraar te putten, en om het te verdienen het bloed van Kvasir op onze lippen te proeven.

 

De Eilander-God

Bovenop het duin staat een eenzaam figuur. Hij kijkt uit over de zee, over de golven die met toenemende kracht op het strand kapotslaan. In de verte ziet hij zeehonden lui en tevreden chillen op een zandbank. Zeemeeuwen schreeuwen in de lucht met een kabaal dat geen menslievend dier zou durven te maken. Een natuurlijk orkest van echt leven. Het eenzame figuur op het duin neemt alles in zich op. De wind waait hard, harder dan normaal. ”U komt langs” fluistert dit figuur in het niets.

Er verschijnt buiten zijn wil op een grijns op zijn gezicht. Voor iemand die niet weet wat hij weet, zou dit enorm verontrustend zijn.

De Priester, want dat is hij, ziet alle kleuren van het eiland voorbijkomen. Avondrood neemt langzaam de blauwe lucht over. Het gele helmgras kietelt zijn hand, terwijl hij op malse groene mos staat. Naarmate de wind harder wordt komt er steeds meer witte zout vannuit die heerlijke zee over de Priester heen.  Een reiniging? Een doop? Een zegen? Dat alles en meer.  De Priester voelt zich weer verbonden met het hele eiland, zijn Tempel.

De wind loeit harder, een gehuil raast over het hele eiland. Het is het soort avond geworden waar oude verhalen zouden worden verteld.

Boven op dit duin, heeft de Priester geen enkele beschutting, behalve die mysterieuze grijns die hij zelf niet snapt. Deze grijns lijkt hem de kracht te geven om op zijn plek te blijven.  Zijn haar, geklonterd met het zout slaat hem als een zweep in zijn gezicht, hij moet vechten om niet naar achteren te slaan, maar dit is een gevecht dat hij vaker voert. Of beter gezegd, een spelletje die hij vaker speelt.

”Geef mij uw naam!” Schreeuwt de priester tegen de storm. De storm antwoord, maar niet in een taal die een mens kan verstaan.

”Ik eer u, ik dien u, maar ik zal niet zomaar wijken” de Priester daagt de storm uit, en de storm speelt mee. Rukwinden komen op, de Priester moet zijn hele gewicht in de strijd gooien, maar zelfs dan schuifelt hij.

 

Hoe lang deze dans duurt weet niemand, maar te zijner tijd gaat de wind weer liggen. De priester doet nog een buiging, en draait zich weer om. Hij keert terug naar het dorpse leven, van al die mensen die niet weten dat ze in zijn Tempel wonen. Nog één keer draait de Priester zich weer om. ”Ik weet niet of u Wodan bent, of Donar. Njord, Nerthus of Nehalennia. Misschien bent u dezelfde als de legendarische prinses? Of misschien heeft u geen naam die ik ooit zou hebben gehoord. Maar ooit ontdek is wie u bent, en hoe ik u dien te benoemen!” Een diepe zucht, de Priester kijkt bedachtzaam. ”Maar alles op zijn tijd” mompelt hij nog.

 

Dat het hier een Tempel is, weet hij.

Dat hij een Priester is, heeft hij wel moeten aanvaarden.

Maar aan wie die tempel gewijd is, misschien zal hij daar nooit achter komen.

 

 

 

Mannaz en Fehu

De volgende twee korte verhalen zijn door mij geschreven voor het Heidens Café van 12-05 over Mannen en vrouwen bij de oud-Germanen. Ze dienden als illustratie om de verschillen van de plichten voor mannen en vrouwen te verduidelijken. Ze zijn zo geschreven dat ze op meerdere gemeenschappen in een brede tijdsperiode van toepassing zouden kunnen zijn. Veel leesplezier.

 

Met één snelle beweging vloeit het bloed van de geit over het altaar. Het hele huishouden kijkt met ingehouden adem toe hoe Mannaz, de heer des huizes, een offer brengt. Hij vraagt hiermee om steun voor de komende winter.

Na dit ritueel overlegt Mannaz met Fehu, zijn eerste vrouw over het huishouden. Er moet nodig meer gehandeld worden. Op het Ding, dat later die dag gaat plaatsvinden moet Mannaz onthouden welke families van belang zullen zijn. Bovendien moeten er binnen een paar jaar nog wat kinderen trouwen dus het is belangrijk om de familie goed te presenteren, helemaal nu de jongere broer van Mannaz zich schandelijk had gedragen. Fehu had een mooie berenmantel en nieuwe tuniek al uitgekozen.

Mannaz begeeft zich naar het Ding, waar alle families van de omgeving bijelkaar kwamen om recht te spreken, en de stand van zaken te bespreken.

Mannaz zat de vorige keer nog naast het stamhoofd, het valt op dat hij ditmaal een stuk verder aan tafel zit. Het Ding gaat een paar uur bezig, er wordt net gekeken wie er de reputatie van een overspel-pleger wil verdedigen wanneer er een onheilspellende toeter door de lucht gaat.

Een aanval! Een groep bandieten die het op de voorraden heeft voorzien. Het wordt al snel duidelijk dat het eerste doelwit van deze verrassingsaanval de boerderij van Mannaz is.

Mannaz en een aantal anderen verzamelen zich direct rond het stamhoofd, dankbaar dat ze hun wapens altijd bij de hand houden. De andere vrije mannen gaan direct vooruit om hun vijand tegemoet te komen. Mannaz verbijt zich dat hij moet wachten tot het stamhoofd zijn leren bepantsering om heeft.

Tegen de tijd dat het stamhoofd en zijn gevolg naar het slagveld gaan staat er al een groep vrouwen op een nabije heuvel toe te kijken. De vrouwen schreeuwen naar de strijders. Mannaz moet slikken van de nare herinnering die dit oproept.

Het stamhoofd wil direct naar de voorgrond rennen, dus rent zijn gevolg mee. Mannaz schrikt als hij ziet hoeveel van zijn dorpsgenoten al gevallen zijn. In het midden van het strijdgewoel ziet Mannaz een opening, hij zou zijn schild kunnen laten vallen en zo naar de heuvel rennen, het stamhoofd is verdwenen in de waas van vreemde en bekende gezichten in doodsverachting.

Mannaz ziet voor zich hoe zijn broer een maand geleden probeerde te vluchten, hij werd door de vrouwen met stenen bekogeld en terug naar de strijd gejaagd. Mannaz boet nog steeds voor de getoonde angst.

Mannaz geeft een ram met zijn schild, het blikkeren van de bandietenbijl is het laatste dat hij ziet.

Nog jaren zal er op zijn naam gedronken worden.

 

 

 

 

Fehu maant haar dochters niet ver uit de buurt te gaan. Ze willen graag naar hun vrijers en hebben maar Fehu geeft hun zinloze klusjes. Alles om ze dichtbij te houden. Via Seidr kreeg ze te weten dat zij en haar echtgenoot ten einde komen. Ze heeft haar oudste zoon al enige tijd voorbereidt om te erven, ze is blij dat er voor hem een goede vrouw is gevonden, iemand die hem kan helpen de anderen ook een passend huwelijk te geven.

Ze doet haar ronde over de boerderij, en zet hele gezin is aan het werk, ze houdt precies bij wie wat doet, zodat ze later haar slavin kan informeren de harde werkers te belonen met een extra schep bij het eten vanavond.

De vriendschap met de naburige families moet nodig aangehaald worden, Fehu bedenkt wat ze aan wie moet gaan schenken binnenkort wanneer er een onheilspellende toeter klinkt. Er is weer een aanval.

Fehu laat haar paniek geen overhand krijgen, direct laat ze haar schoondochters en zusters de kinderen naar veiligheid brengen. Haar oudere dochters verzamelen routineus alle waardevolle voorwerpen in het langhuis en begeven zich naar een afgesproken verzamelplek in het woud.

Fehu zelf gaat statig naar de nabije heuvel, haar angst wordt bevestigt, het is hun huis dat aan de frontlinie zit.

Al snel verzamelen andere vrouwen zich op haar plek, met pijn in haar hart maar ook met trots herkent ze haar broers en zonen in de krijgers die ten strijde trekken. Om haar heen begint het geschreeuw, borsten worden getoond. Als de mannen nu falen, zullen zij slaven worden. Dit angstbeeld geeft de mannen de kracht om hun doodsangst te overbruggen.

Wanneer Fehu het stamhoofd met zijn gevolg ziet verschijnen, is ze dankbaar dat ze de tijd heeft genomen stiekem een krachtig amulet in zijn tuniek te stoppen.

Wanneer ze Mannaz even ziet twijfelen, stuurt ze snel een stoot moed naar hem toe. Dan verliest ze hem uit het oog.

Na de strijd bleek haar voorgevoel bewaarheid. De boerderij en het dorp zijn veilig, maar Mannaz is één van de strijders die dit met hun leven heeft moeten bekopen.

Mannaz wordt, net als de andere mannen verbrandt. Fehu geeft hem zijn mooiste mantel mee, een teken van zijn status. Ze geeft haar schoondochter nog wat raad, over welke families nu bij hun in het krijt staan. Vervolgens neemt ze de slok die haar pijnloos op de brandstapel laat lopen.

Vanaf nu is ze Disr, en ziet ze erop toe dat het lot haar nageslacht goed gezind zal zijn.